top of page
Zoeken

Hamstringblessures pieken in het najaar: van oorzaken naar oplossing.

fredericvanburm
25 sep
7 minuten om te lezen
Testen van de Hamstrings in hun geheel via toegepaste neurologie: zoeken naar oorzaken start bij de zwakste bronspier
Testen van de Hamstrings in hun geheel via toegepaste neurologie: zoeken naar oorzaken start bij de zwakste bronspier

De hamstrings liegt nooit, maar vertelt je ook niet altijd het hele verhaal!


Stel je voor: je staat als voetballer aan de strafschopstip voor een beslissende fase. Je haalt adem, zet aan en trapt krachtig. En dan gebeurt het: een scherpe pijnscheut. De spier aan de achterzijde van je bovenbeen trekt zich plots samen. Even lijkt het alsof de spier volledig op slot gaat. Dit scenario lijkt op het verhaal van KDB's penalty bij Napoli vorig jaar. Gevolg: een scheur en maanden out.


Voor duizenden atleten en amateursporters is dit soort pijngevoel onmiddellijk duidelijk: "Heb ik mijn hamstring (opnieuw) geblesseerd?"


Een krachtige trap, een sprint naar het net of een versnelling naar de finish: hamstringblessures behoren tot de meest voorkomende spierblessures in team- en individuele sporten. Profsporter of amateur, ze kunnen een atleet soms weken tot maanden aan de kant houden.


Bij atleten die al eerder een hamstringblessure hebben doorgemaakt, ligt het risico op een nieuwe blessure iets hoger. Toonaangevende UEFA studies zijn het erover eens dat het grootste aantal hamstringsblessures zich het vaakst voordoen tussen oktober en december. Dat roept elk jaar weer dezelfde vragen op: ben ik fit genoeg? heb ik nu al vermoeidheid opgestapeld? Was ik wel voldoende tussentijds hersteld? Of is er onderliggend toch meer aan de hand? En misschien nog interessanter: wat als de hamstring niet alleen slachtoffer is, maar ook een boodschapper?


Terug naar de basis: wat is een hamstring eigenlijk?

De term hamstrings verwijst naar een groep spieren aan de achterzijde van je bovenbeen: de m. biceps femoris, m. semitendinosus en m. semimembranosus. Ze overspannen zowel het heup- als kniegewricht en hebben daardoor meerdere functies. Aan de heup helpen ze bij strekking en remmen ze bewegingen waarbij het bovenbeen naar voren komt. Aan de knie zorgen ze voor buiging.

Tijdens sprinten moeten ze bovendien razendsnel schakelen tussen excentrische en concentrische spieractiviteit. Vooral tijdens de late zwaaifase worden de hamstrings zwaar belast terwijl ze verlengen om de heupbuiging te begeleiden. Je kunt ze daarom vergelijken met een elastische rem én motor tegelijk. Dat maakt ze efficiënt, maar ook kwetsbaar wanneer de belasting tijdelijk de belastbaarheid overschrijdt. Dat kan verrassend genoeg allerlei redenen hebben die je beter vooraf opspoort.


Een blessure is niet altijd hetzelfde als "de spier is kapot"

Wanneer je op die plaats plots pijn voelt, zijn er verschillende mogelijkheden. Er kan sprake zijn van spiervermoeidheid, een acute spierkramp of contractuur, een spier-peesblessure, zelfs irritatie van een zenuw, verhoogde spierspanning of een combinatie van factoren. Een pijnlijke of hard aanvoelende hamstring betekent dus niet automatisch dat er een scheur is ontstaan.

Bij een daadwerkelijke spierblessure kunnen spiervezels en bindweefsel beschadigd raken. Bij een zenuwgerelateerd probleem kan de spier daarentegen vooral reageren op een veranderde neurale prikkel. Het eindresultaat kan subjectief vergelijkbaar zijn: "mijn hamstrings doet pijn." De onderliggende mechanismen kunnen echter behoorlijk verschillen. Daarom gaat een goede klinische beoordeling verder dan alleen vragen waar het pijn doet.


Waarom eerdere blessures belangrijk zijn

Een voorgeschiedenis van hamstringblessures is een bekende risicofactor voor een nieuwe hamstringblessure. Maar een nieuwe blessure is niet noodzakelijk een recidief van exact dezelfde structurele beschadiging. Onderzoek naar spierblessures in het profvoetbal laat zien dat een aanzienlijk deel van de spierblessures nieuw ontstaat en dat recidieven slechts een deel van het totale aantal blessures vormen, in tegenstelling tot wat oudere wetenschap nog aanneemt.

Dat verschil is belangrijk voor de behandeling. De vraag is daarom niet alleen: "Is dit opnieuw dezelfde structuur?" maar ook: "Welk mechanisme speelt deze keer een rol?" Juist daar wordt een bredere klinische blik interessant. Eenzelfde mechanisme kan door de blessure aan de oppervlakte owrden gebracht.


Het zenuwstelsel komt bij spieren altijd in beeld

Een spier werkt nooit geïsoleerd. De hamstrings worden geïnnerveerd door takken van de nervus ischiadicus, de grote perifere zenuw die vanuit de lage rug naar het achterbeen loopt. Het zenuwstelsel verwerkt voortdurend informatie over spanning, rek, positie, pijn, beweging, vermoeidheid en potentiële bedreigingen. Wanneer het systeem een situatie als bedreigend interpreteert, kan het de spieractiviteit aanpassen: een vorm van protectieve motorische respons.

Dit betekent niet dat iedere pijnlijke hamstring een neurologisch probleem heeft. Wel toont het aan dat spier, zenuwstelsel, pijn en motorische controle voortdurend met elkaar communiceren. De spierreactie die we voelen, is dus niet noodzakelijk uitsluitend het gevolg van wat er lokaal in die spier gebeurt.


De ischiaszenuw als 'mobiele' informatiesnelweg

De nervus ischiadicus loopt vanuit het bekken via de bilregio naar het been en splitst zich verderop onder andere in de nervus tibialis en nervus fibularis communis. Omdat deze zenuw nauw verbonden is met de anatomie van de hamstrings en afhangt van de heupmobiliteit, kan de mechanische en neurologische toestand ervan relevant zijn voor klachten aan de achterzijde van het bovenbeen.

Dat is bijvoorbeeld de reden waarom een klinische test als de Straight Leg Raise (SLR) wordt gebruikt om schade hogerop of de totale glijcapaciteit van de zenuw te evalueren.. Bij deze test wordt het been geleidelijk geheven terwijl de knie gestrekt blijft, waardoor het neurale systeem van de nervus ischiadicus en lumbosacrale zenuwwortels op totale mobiliteit wordt getest. Die moet ongeveer 2 cm. heen en weer bedragen. Een positieve SLR betekent echter niet automatisch dat er al sprake is van een ernstig rugprobleem of een hernia. De test moet altijd worden geïnterpreteerd in combinatie met het klachtenpatroon en alle andere klinische bevindingen. Het totaalplaatje telt.


Ook vitale organen passen in dit hamstringsverhaal

Het lichaam werkt niet met volledig losstaande systemen. Via segmentale relaties hebben prikkels vanuit de ingewanden invloed op structuren van het bewegingsapparaat. Neuroloog en Prof. dr. Ben van Cranenburgh beschrijft in zijn werk over segmentale verschijnselen de viscero-somatische weg: een prikkel vanuit een ingewand kan via het zenuwstelsel een reactie veroorzaken in dwarsgestreepte spieren. Een klassiek voorbeeld hiervan is de défense musculaire, waarbij de buikspieren zich aanspannen bij een viscerale prikkel.

Dat is interessant voor elk hamstringverhaal. Een verhoogde spierspanning hoeft dus niet altijd uitsluitend vanuit de spier zelf verklaard te worden. Van Cranenburgh beschrijft juist de wisselwerking tussen organen, zenuwstelsel en lichaamsoppervlak als onderdeel van segmentale relaties. Dat betekent niet dat iedere hamstringblessure alleen maar door een orgaanprobleem wordt veroorzaakt, maar wel dat viscerale input via het zenuwstelsel altijd een invloed kan hebben op de totale spieractiviteit en spierspanning.


Het wind-up-principe: wanneer je alarmsysteem gevoeliger wordt

Wind-up verwijst naar een toename van de respons van bepaalde pijnreceptoren in het ruggenmerg bij herhaalde pijnprikkeling via C-vezels. Je kunt het vergelijken met een alarmsysteem waarvan de gevoeligheid tijdelijk omhooggaat: een normale prikkel kan dan een grotere respons veroorzaken.

Ook bredere fenomenen zoals centrale sensitisatie bij herhaalde blessures (in de hersenen) moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd. De kern is vooral dat weefselschade, pijn, spieractiviteit en motorische controle niet volledig losstaande systemen zijn.


Waarom vermoeidheid zeer belangrijk blijft

Al het bovenstaande wil niet zeggen dat we klassieke verklaringen zomaar weggooien. Integendeel: belasting en belastbaarheid blijven fundamenteel . Een atleet die in korte tijd veel wedstrijden speelt, krijgt minder tijd om te herstellen.

Spierweefsel, pezen, zenuwstelsel, slaap, voeding, energievoorziening, medicatiegebruik, stress en psychologische belasting maken allemaal deel uit van het totale herstelproces.

Dat is het probleem van fixture congestion of wedstrijdcongestie: belasting kan zich sneller opstapelen dan herstel kan worden aangevuld. Dat gebeurd dus vaak in het drukkere sportieve najaar. Onderzoek binnen de UEFA Elite Club Injury Study laat zien dat het risico op hamstringblessures bij voetballers tijdens het competitieve seizoen aanzienlijk hoger is dan tijdens de voorbereiding. De maandelijkse incidentie was daarbij relatief hoog in oktober, november en december.


Er is nóg een interessante studie

Een studie in Denemarken onderzocht 374 spelers gedurende 12 maanden. Daar werd een duidelijke seizoensgebonden ophoping van hamstringblessures gevonden, maar juist in de eerste twee maanden na de 3,5 maanden durende winterstop.


Vermoeidheid zal tenslotte de neuromusculaire controle beïnvloeden. Een vermoeide spier is dus niet simpelweg een "zwakke spier"; het hele systeem gaat onvermijdelijk anders gaan functioneren en compenseren. Denk er als volgt over: mijn hamstrings vertellen me wanneer het tijd wordt om iets in vraag te stellen en raad te vragen.


Leeftijd is geen verklaring: kijk naar Messi en Ronaldo..

Leeftijd speelt een rol in blessurerisico, maar leeftijd is geen diagnose. Met het ouder worden veranderen onder andere spiermassa, spierarchitectuur, peesweefsel, herstelcapaciteit, slaap, hormonale factoren en trainingsbelasting. Leeftijd is tijdens een consultatie daarom eerder een contextvariabele dan een afzonderlijke oorzaak.

Hetzelfde geldt voor wedstrijdvermoeidheid. Wie alleen zegt "ik was moe", heeft nog geen ontstaansmechanisme verklaard. Het gaat erom te begrijpen hoe belasting, herstel, belastbaarheid en alle individuele factoren samenkomen.


Zie de hamstring als rookmelder: waar rook is, is vuur

Zie de hamstring als een rookmelder. Misschien is dit wel de beste analogie. Wanneer een rookmelder begint te piepen, zijn er verschillende mogelijkheden. Er staat daadwerkelijk iets in brand, maar misschien komt er alleen stoom uit de badkamer. Misschien zit er stof in de sensor of is de batterij bijna leeg. In alle gevallen geeft de rookmelder hetzelfde basale signaal: PIEP!

Met de hamstring kan het vergelijkbaar werken. Pijn of een verhoogde spierspanning is belangrijke informatie, maar het is geen diagnose en zeker niet automatisch een therapeutische indicatie. De klinische vraag is daarom niet alleen: "Hoe krijgen we de hamstring zo snel mogelijk stil?" De belangrijkere vraag is: "Waarom geeft dit systeem dit signaal, en wat zien we nog meer?"


Van spier naar systeem: het lichaam is één geheel

Rond de hamstrings zitten talrijke andere systemen, want hun zenuwen koppelen in het ruggemerg kortweg met alle systeeminformatie: metabolisme en orgaanfuncties, slaap, voeding, stress, trainingsbelasting, eerdere blessures, herstelcapaciteit en stressbelasting. De hamstring is dus geen geïsoleerde structuur, maar onderdeel van een netwerk.

Het segmentale model van neuroloog en professor Van Cranenburgh sluit hier mooi bij aan: organen en lichaamsdelen zoals spieren blijven ondermeer via het zenuwstelsel met elkaar verbonden en zullen elkaar wederzijds beïnvloeden. Dat betekent niet dat we voor iedere hamstringklacht één "schuldige" structuur moeten zoeken. Juist bij langdurige of terugkerende klachten kan het interessanter zijn om verschillende factoren samen te bekijken.


Wat betekent dit voor jou als sporter of atleet?

Je hamstrings zijn niet je vijand. Er zit een heel systeem achter.

Ze zijn een essentieel onderdeel van je bewegingsapparaat én een bron van informatie.

Pijn betekent niet automatisch dat er ernstige schade is, maar pijn betekent ook niet dat er niets aan de hand is.

Een spier kan beschadigd zijn. Een zenuw kan gevoelig zijn. Het bewegingspatroon kan veranderd zijn. De totale lichaamsbelasting kan te hoog zijn. Het herstel kan onvoldoende zijn. En via segmentale relaties kunnen bijna alle andere systemen invloed hebben op spieractiviteit.

Meestal spelen meerdere factoren tegelijkertijd.


De take home: elke blessure is een kans

Misschien is een eerdere blessure ook een kans: je hamstrings zorgen er misschien voor dat je beter leert luisteren naar je lichaam. Interpreteer het signaal zorgvuldig. Het kan wijzen op een lokale verandering, maar ook op systeemveranderingen die het functioneren van het lichaam beïnvloeden.

De kunst is vervolgens niet om die boodschapper zo snel mogelijk het zwijgen op te leggen. De kunst is om te begrijpen wat je spieren proberen te vertellen.


Had je eerder of heb je tijdens de komende risicoperiode last van je hamstrings? Laat dan niet alleen het signaal behandelen, maar probeer het vooral beter te begrijpen.

Plan online een screening en ontdek welke factoren bij jou mogelijk een rol spelen. Wie weet zet je daarmee het letselrisico letterlijk op stil.


Opmerkingen of vragen? laat het me weten. Vond je deze tekst nuttig of informatief, like en share met je vrienden.



 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page